TESO schepen verrichten onderzoek voor het NIOZ

Op en onder de TESO-boten zitten instrumenten, waarmee het NIOZ, het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, gegevens van de Waddenzee verzamelt. Omdat de TESO-boten vele malen per dag over het Marsdiep varen, is dat een ideale manier om veel gegevens te verzamelen, zonder dat het NIOZ zelf elke dag met een boot uit moet varen.

Onderaan de beide TESO-boten zit een zogenaamde ‘Akoestische Doppler stromingsprofiel-meter’. Deze meet door middel van geluidssignalen zowel de richting als de snelheid van het water op verschillende dieptes. Tegelijkertijd kan een schatting worden gemaakt van de hoeveelheid slib dat in het water zweeft en kan het reliëf van de bodem onder de veerboot in kaart worden gebracht. Met deze gegevens kunnen onderzoekers van het NIOZ redelijk nauwkeurig vaststellen hoeveel water en slib er wordt uitgewisseld tussen de Noordzee en de Waddenzee. Ook hebben zij ontdekt dat er 2 tot 3 meter hoge zandduinen door het Marsdiep ‘lopen’.

Naast Akoestische Doppler Stromingsprofiel-meters zijn er ook sensoren onder de veerboot geplaatst die de temperatuur en het zoutgehalte meten. Deze laten zien dat er zeer grote variaties kunnen zijn in de temperatuur en het zoutgehalte van het water, zelfs tijdens 1 enkele overtocht.

Op de Dokter Wagemaker aan de ‘Helderse kant’, op de reling onder de brug, zitten vijf lichtmeters, die zowel de kleur van het zeewater, van de hemel en van het ingestraalde zonlicht meten (zogenaamde hyper-spectrale radiometers). Door de kleur van het zeewater te meten kan de hoeveelheid zwevende stof en plankton worden bepaald: plankton kleurt het water groen, afgestorven plankton kleurt het water bruin.

Op tv-schermen op de veerboten, kunt u ‘live’ een aantal van deze gegevens volgen tijdens de overtocht. Wilt u meer weten over het hoe en waarom deze meetgegevens belangrijk zijn? Lees dan verder op de website van het NIOZ.